De aanpak van een examenvraagstuk:

Vlak voor het examen vmbo-t wiskunde en havo wiskunde A en B willen wij van Wiskundebrein jullie nog wat tips meegeven voor de aanpak van een vraag op je examen. Deze tips zullen je zeker niet geheel onbekend voorkomen, maar toch raak je ze soms even kwijt als je bezig bent geweest met het leren van de stof en vooral met veel sommen oefenen. Vandaar deze tips.

 

Algemene aanpak

  1. Als je aan een vraag begint, dan lees je deze eerst even rustig door.
  2. Daarna lees je de vraag nogmaals door en noteer of arceer je de belangrijke gegevens.
  3. Maak een situatieschets indien dit van toepassing is. Bijvoorbeeld bij meetkunde of bij vraagstukken over grafieken. Zet hierin alle gegevens die je hebt gekregen, zoals namen van lijnstukken, namen van punten. lengtes, hoeken, etc.
  4. Zet in je schets wat je wilt berekenen.
  5. Teken eventueel hulplijnen om bijvoorbeeld rechthoekige driehoeken te creëren.
  6. Bedenk welke methodes en formules je hebt geleerd om het gevraagde te berekenen.
  7. Bedenk welke gegevens je nodig hebt om het gevraagde te berekenen.
  8. Als er nog gegevens ontbreken reken je deze eerst uit.
  9. Maak daarna de berekening.
  10. Zet het antwoord erachter.
  11. Zet de juiste eenheid bij het antwoord.
  12. Geef nu antwoord op de gestelde vraag in een mooie Nederlandse volzin.
  13. Lees de vraag nogmaals om te controleren of je nu alles wat gevraagd werd hebt beantwoord.
  14. Is het antwoord logisch? Als de inhoud van een zwembad bijvoorbeeld 80 liter is, dan is dat geen logisch antwoord. Controleer in dit geval bij welke stap het fout is gegaan.
  15. Heb je op de juiste manier afgerond?

 

Je berekening goed opschrijven

En berekening bestaat eigenlijk uit drie delen, namelijk:

  1. Wat reken je uit? Eventueel gevolgd door de gebruikte formule.
  2. Met welke som heb je dat uitgerekend?
  3. Het antwoord met de juiste eenheden erachter en op de juiste manier afgerond.

 

Dat ziet er bijvoorbeeld als volgt uit als je de prijs van 5 ijsjes gaat berekenen van €2,25

Prijs = prijs per ijsje x aantal ijsjes = 2,25 x 5 = € 11,25

Veel leerlingen vergeten op te schrijven wat ze gaan berekenen. Ze beginnen gewoon meteen met het opschrijven van de som. Voor een docent is het dan bij een lange som slecht te volgen wat je precies aan het doen bent. Maar ook voor jezelf is het lastig, want wat waren die getallen nou ook alweer die je net hebt uitgerekend en wat moest je er ook alweer mee?

 

Tips voor het examen

Soms kom je op het examen een onderdeel tegen dat je echt lastig vindt, vooral doordat je de situatie die wordt geschetst niet geheel begrijpt. Geef niet te snel op, vaak helpt het om gewoon de wiskundige gegevens te noteren die je hebt gekregen. Soms staat er veel tekst om een vraag heen, waar je niet zo veel mee hoeft te doen. Het is vaak een kwestie van de juiste getallen op de juiste plek invullen in de formule en de onbekende uitrekenen die dan nog overblijft. Verder kan het zijn dat je de eerste som van het betreffende onderwerp niet kunt maken, maar dat je met som 2 ineens wel weer verder kunt. Noteer gewoon rustig wat je hebt gekregen en bekijk of je hier iets mee kan. Het examen moet zo in elkaar zitten dat je som 2 kan maken, ook al heb je bij som 1 niet het juiste antwoord, of zelfs helemaal geen antwoord.

Zorg tot slot dat je niet te veel tijd gaat stoppen in een som die echt heel moeizaam gaat. Er zijn vast onderdelen waar je meer punten op kunt scoren.

 

Zet hem op jongens en meisjes! Nog even door knallen!

Please follow and like us:
De aanpak van een examenvraagstuk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *